De "Konenchi"

 

Lokale naam: Konènchi
Nederlandse naam: Konijntje

   
Kenmerken: De "Konènchi" wordt ± 35 cm. lang, heeft een bruinachtig kleur. De haren zijn 3-kleurig. De onderkant v/d haar is beige, in het midden is het geelachtig en aan de punten is het meestal zwart. Boven zijn rug heeft ie een grote zwarte vlek. Deze vlek begint nabij zijn lange oren en eindigt tot zijn rug. Zijn buik inclusief zijn onderkant staart is wit. Door zijn kleur is het heel moeilijk het diertje tussen de droge bladeren en/of planten te onderscheiden. Ze hebben dus een heel goeie schutkleur.  
Levensmilieu: Ze zijn bijna overal te zien. Meestal vroeg in de ochtend- of in de late middaguren. Gedurende de dag schuilt het diertje onder laaghangende plantjes of omgevallen bomen. Bij toevallige ontmoeting rennen ze meestal weg.  
Bijzonderheden: Iedereen noemt het diertje een konijn, maar eigenlijk is het geen konijn! Wetenschappers hebben ontdekt dat "Konènchi", meer familie is van hazen.  
Nest:

De "Konènchi" graaft een klein kuiltje in de grond die zijn bekleedt met droge bladeren en uitgetrokken haren. Het vrouwtje krijgt 2 tot 3 blinde en dove konijntjes die ze melk moeten geven. Het vrouwtje zorgt voor maken v/d nest en tevens grootbrengen van de jongeren.

 
Voedsel:

Eet vooral jonge blaadjes van struiken en grassen. Ook zijn ze dol op bonen van de "Indju" en de "Wabi". Tijdens de droogte eten ze ook schijven van de "Infrouw". De "Konènchi" kan figuurlijk de knoek leeg eten!

Verder wordt opgemerkt dat het dier konstant op o.a. hout dient te knagen. Dit om de grootte van zijn tanden onder kontrole te houden.

 

 

Startpagina

Fauna

Flora

Cultuur

Fotogallerij

Literatuur

Woordenlijst

Nieuws

Vorige blz.Volgende blz.

Sponsored by: