|
|
|||
|
|
|||
Lokale naam: Apeldam
|
|||
| Kenmerken: |
Ingevoerde boom met eivormige blaadjes. In de bladoksels staan er geel -witte bloemen en aan de voet v/d bladeren zijn er kromme en rechte doornen te vinden. De 1,5 cm. diameter ronde vrucht bestaat uit een steeenharde pit met een eetbaar vleesje. Als de vrucht rijp wordt, is de kleur geel. Afhankelijk van de type is de smaak melig of zoetzuur. |
||
| Plaats van oorsprong: |
Uit
Palestina.
|
||
| Manier van verspreiden: |
Door de "Ala Blanka" die het in zijn geheel opeet. Geiten/Schapen eten de bladeren en ook de vruchten op. De pitten blijven achter in de keutels. |
||
| Aanpassingssoort: | Verliest de meeste bladeren in de droge tijd. De nieuwe blaadjes en bloemetjes verschijnen in en na de regen periode. | ||
| In onze cultuur: | |||
| Medicinaal: | Een thee wordt van de bladeren gemaakt voor verkoudheid, hoge bloeddruk en diarree. | ||
| Bijzonderheden: |
Mensen die schapen of geiten in een koraal dicht hebben, verzamelen takken v/d "Apeldam" voor voeding van de beesten. De "Prikichie" eet ook de vrucht. De steenharde pit, wordt ook door zijn speciale snavel kapot gemaakt. en de inhoud gegeten. |
||


![]() |
|