|
|
|||
|
|
|||
Lokale naam: Wayaka
|
|||
| Kenmerken: | De bladeren zijn geveerd met ronde, glanzend donkergroene blaadjes die een zeer dichte kroon vormen. De boom groeit heel langzaam en de stam is bijzonder glad en gevlekt omdat de boom constant aan het vervellen is. De boom bloeit uitbundig met paarsblauwe bloemen die in kleine schermen staan. Na de bloei vormt hij geelgroene, hartvormige doosvruchten die zeer decoratief staan. Als de vrucht opengaat zijn dan de rode zaden zichtbaar. De zaden vallen dan op de grond. | ||
| Plaats van oorsprong: | Mooiste inheemse boom en ook een dankbare boom, deze blijft ongeacht de droogte altijd groen. | ||
| Manier van verspreiden: | De pitten worden o.a. door "Ala Blanka" gegeten en via hun uitwerpsel ergens anders verspreidt. | ||
| Aanpassingssoort: |
Vettige houtsoort met heel diepe wortels. |
||
| In onze cultuur: | |||
| Medicinaal: | De bladeren
worden gekookt voor diverse ongerieven of ziektes. Vroeger werd het hout verwarmd om een hars uit te winnen. Deze werd voor bepaalde huidziektes op het huid ingesmeerd. Nog steeds wordt het veel door farmaceutische bedrijven gebruikt. |
||
| Algemeen gebruik: | Het hout
wordt gezien zijn hardheid, veel in de scheepvaart gebruikt. De pitten werden vroeger gestampd en als zeepsop gebruikt om kleren mee te wassen. (Ja zelfs witte kleding!) Heden wordt het plant veel als hegge gebruikt die later ter versiering in bepaalde vormen gesnoeid worden. |
||


![]() |
|