|
|
|||
|
|
|||
Lokale naam: Mata di Karpata
|
|||
| Kenmerken: | Een rechtopstaande struikachtig plant met diep ingesneden bladeren die op de lange stelen staan. De bloemen zijn gelig en in de kegelvormige bloeipluim staan de mannelijke bloemen onderaan en de vrouwelijke aan de bovenkant om zelfbestuiving te voorkomen. De zaden zitten in een groene ruwe bolletje van 3 kamers. Zijn lokale naam is te danken op de gelijkenis van de pitten op de insect "teek". | ||
| Plaats van oorsprong: | De boom hoort oorspronkelijk thuis in Afrika en werd op deze eiland vroeger aangeplant. Deze plant levert de bekende castorolie. Rede waarom de plant in veel landen ook gekweekt wordt. | ||
| Manier van verspreiden: | |||
| Aanpassingssoort: |
Deze plant laat bij grote warmte zijn blaadjes krullen en verliest bij erge droogte zijn blaadjes. |
||
| In onze cultuur: | |||
| Medicinaal: | Uit de
pitten wordt castorolie gewonnen die vooraal gebruikt wordt als laxeermiddel
om de darmen schoon te spoelen. De bladeren worden samen met kokosolie op een zere plek gebonden. |
||
| Algemeen: | De olie
werd ook als lampolie gebruikt. De vrucht bestaat uit 3 kamers met ieder een eigen pit. Als jong kind hebben we de droge vrucht gebruikt als "geweertje". Als je de vrucht met de duim en wijsvinger, aan twee kamers vastknijpt springt de ene stuk met inhoud naar voren. |
||


![]() |
|