|
|
|||
|
|
|||
Lokale naam: Katuna di Seda
|
|||
| Kenmerken: | Hoge heester met bijna witte stammen en twijgen met grote ovaalvormig grijsgroene bladeren, aan de stengel en aan de onderkant van de bladeren zijn behaard. Als de twijgen oud worden krijgen ze een kurkachtig korst. Als de plant gekapt wordt geeft ie een kleverige witte melksap, gevaarlijk bij aanraking met de ogen. De plant krijgt trossen kleine wit-paarse bloemen in de oksel van de langgesteelde stengels. | ||
| Plaats van oorsprong: | Oorspronkelijk uit Afrika. | ||
| Manier van verspreiden: |
De
sterk opgeblazen vrucht van de plant barst open bij het rijpen en droog
worden. De kleine zaden met
een zijde-achtig pluis wordt dan door de wind heel ver geblazen.
|
||
| Aanpassingssoort: |
De bladeren en twijgen zijn erg vettig en de plant houdt veel vocht in zijn stam en bladeren. |
||
| In onze cultuur: | |||
| Medicinaal: | Kokosolie wordt op een zere lichaamsdeel ingesmeerd en een blad van de "Katuna di Seda" wordt verwarmd en erop gebonden. | ||
| Algemeen gebruik: | Door lokale veehouders als voer aan geiten en schapen gegeven, de beesten lijken de bladeren héél lekker te vinden. | ||


![]() |
|