|
|
|||
|
|
|||
Lokale naam: Mata di Katuna
|
|||
| Kenmerken: | Struik die tot 200 cm hoog kan worden. De langgesteelde bladeren zijn verspreid, behaard en met een gave rand. De kelkvormige gele bloemen zijn alleenstaand in de bladoksel. De vrucht is een 3-hokkige openspringende doosvrucht van 3 cm lang. Rond de vele zaden zijn er lang wit katoen. | ||
| Plaats van oorsprong: |
Geïntroduceerd
op ons eiland en verwilderd.
|
||
| Manier van verspreiden: |
Door
zijn zaden.
|
||
| Aanpassingssoort: |
Verliest zijn bladeren in erge warmte. |
||
| In onze cultuur: | |||
| Medicinaal: |
Wordt gebruikt voor verschillende medicinale doeleinden o.a. Het maken en drinken van een thee voor diarree. Het uitpersen van een olie uit de vrucht. Dit wordt gebruikt tegen oorpijn. |
||
| Algemeen: |
Van de katoen werd garens gemaakt. De katoen werd vroeger gebruikt voor het steken van vuur. Het z.g. "Sakadó" |
||


![]() |
|