|
|
|||
|
|
|||
Lokale naam: Makuaku
|
|||
| Kenmerken: |
Een vogel met een lange snavel die aan het einde iets krom is. De "Makuaku" heeft een lange gevorkte staart. Met een spanwijdte van ruim 300 cm. is de vogel tussen alle andere zeevogels, het behendigste vlieger. Het mannetje "Makuaku" is kompleet zwart en heeft een aanhangsel gevormd door de huid v/d keel. Deze zit onder de kin en aan de voorkant v/d hals. In de paringstijd wordt deze felrood en geblazen tot een vrij groot ballon. Het vrouwtje vogel heeft een witte borst. (zie foto) |
||
| Levensmilieu: |
Is
eigenlijk een landvogel maar is meestal te zien boven de zee langs
de kust.
|
||
| Bijzonderheden: | De geweldige vleugels zijn zo gebouwd om te blijven zweven. Indien een "Makuaku" door één of andere rede in het water is neergekomen, kan hij niet meer de lucht in. Het lichaam is zo klein en de poten zijn zo kort en teer, dat de vogel dan gedoemd is te sterven. Om deze rede, landt de "Makuaku" alléén op hoge rotsuitsteeksel, boomstronken en boomtoppen. Allemaal plaatsen van waar zij zich in de lucht kan laten vallen. | ||
| Nest: |
Bij voorkeur verblijven en maken de "Makuaku" nesten in kolonies. Alléén één kalkachtig-wit ovale ei wordt in een nest van wat slordig bij elkaar gebrachte takjes gelegd. Beide ouders zorgen voor het broeden, verzorgen en voeren van de jong. |
||
| Voedsel: | Misbruiken hun vliegtalent door rond de andere vissende zeevogels te vliegen. Ze blijven rond hun hangen en maken hen zo lastig dat de prooi van de jagende zeevogels komt te vallen. Ze vangen deze en gaan vandoor. Een ander keer pikken ze met hun haaksnavel o.a. vissen die net onder de waterspiegel zwemmen. | ||
![]() |
|